de Verloskundige

Mola-zwangerschap

Bij een mola-zwangerschap is er bij of kort na de bevruchting iets misgegaan en groeit alleen de placenta door en is er geen vruchtje. Dit komt zelden voor. Door de groei van de placenta raakt de hormoonhuishouding verstoort, wat kan leiden tot een kwaadaardige celdeling.

Nadat een zaadcel een eicel heeft bevrucht, deelt de bevruchte eicel zich. De twee cellen die zo ontstaan delen zichzelf ook weer. Zo gaat het proces door en komen er steeds meer nieuwe cellen. Bij een normale zwangerschap ontstaat uit deze cellen een embryo en een placenta. De placenta groeit in de baarmoederholte verder en door vochtophoping ontstaan talloze blaasjes. Gewoonlijk is er bij een mola-zwangerschap dus geen embryo. Is er bij uitzondering toch een vrucht, dan is deze bijna nooit levensvatbaar.

Er zijn twee soorten mola te onderscheiden:

  • Complete mola-zwangerschap: hierbij wordt een eicel zonder erfelijk materiaal bevrucht door een spermacel. Het hieruit ontstane embryo is niet levensvatbaar.
  • Incomplete (ook partiële genoemd) mola-zwangerschap: hierbij wordt één eicel bevrucht door twee spermacellen, ook dit embryo is doorgaans niet levensvatbaar.

Klachten

In het begin lijkt de mola zwangerschap op een normale zwangerschap. Er zijn zelfs 'gewone' zwangerschapsverschijnselen zoals moeheid en misselijkheid. De kans op vaginaal bloedverlies neemt toe naarmate de zwangerschapsduur vordert. De baarmoeder groeit snel en de buik wordt sneller dikker dan gewone zwangerschap. Bij het maken van een echo wordt in plaats van een vruchtzakje met een embryo vele kleine blaasjes gezien.
Kenmerkend voor een mola-zwangerschap is het zeer hoge HCG-gehalte: het aantal zwangerschapshormonen in je bloed. Soms zijn er klachten die lijken op zwangerschapsvergiftiging: oedeem, hoge bloeddruk en eiwit in de urine.

Behandeling

Als er sprake is van een mola-zwangerschap wordt in het ziekenhuis de baarmoederholte via de vagina leeggemaakt met een dun slangetje (curettage). Na die behandeling moet de hoeveelheid zwangerschapshormoon (HCG) in het bloed binnen 8 weken dalen tot normale waarden. Er is controle op kwaadaardige celdelingen. Soms is chemotherapie noodzakelijk.
Als het HCG-hormoon niet genoeg daalt, is er kans dat de blaasjes weer aangroeien. Soms treden er weer zwangerschapsverschijnselen op, of is er vaginaal bloedverlies. Je wordt dan opnieuw behandeld.

Zwanger worden na een mola-zwangerschap

Vrouwen bij wie een mola is verwijderd, wordt geadviseerd 6 maanden niet zwanger te worden. De kans op een herhaling van een mola-zwangerschap is slechts 1%. Ben je opnieuw zwanger, dan wordt vroeg in de zwangerschap een echo gemaakt.

Meer informatie

Deel via:

  • Facebook
  • Twitter
  • E-mail

Zoek een verloskundige bij jou in de buurt

Ben je zwanger of heb je een kinderwens?

Neem dan contact op met een verloskundige.

Over deverloskundige.nl

Deze site is een initiatief van de KNOV, de beroepsorganisatie van verloskundigen.

Naar knov.nl